Vandaag mocht ik deelnemen aan een digitale focusgroep vanuit de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS). Dit alles in het kader van het advies in voorbereiding van de RVS met als werktitel “Ruim baan voor indirect gezondheidsbeleid”. Met dit advies wil de RVS duidelijk maken wat landelijke of regionale organisaties kunnen doen, of moeten laten, om het blijvend terugdringen van gezondheidsachterstanden mogelijk te maken. In dat kader onderzoekt de RVS drie regionale programma’s, waarvan Trendbreuk Zuid-Limburg er één van is. Hieronder de deelnemers aan de ZOOM-meeting van vanochtend (foto met instemming van de deelnemers).

Programma Trendbreuk Zuid-Limburg
Het programma Trendbreuk Zuid-Limburg, wat houdt dit precies in? Welnu, Zuid-Limburgers zijn ongezonder, lager opgeleid en vaker werkloos dan andere Nederlanders. Om de gezondheid van de gemiddelde Zuid-Limburger structureel te verbeteren is een lange adem en vooral de deelname van alle mogelijke partijen nodig. Daarom is er nu voor het eerst een samenwerking tussen overheid, onderzoekers, GGD, scholen, wijken, maar ook werkgevers én zorgverzekeraars.
De deelnemende partijen willen samen de achterstanden in Zuid-Limburg aanpakken en een Trendbreuk realiseren. De ambitie is om de achterstand met de rest van het land binnen tien jaar met 25 procent terug te dringen. Een en ander is beschreven in de Gezondheidsnota ‘Zuid springt eruit’ van de zestien gemeenten. Bekijk hieronder een animatie over het programma.
Gezondheidsverschillen voorbij
Het advies in voorbereiding van de RVS “Ruim baan voor indirect gezondheidsbeleid” bouwt voort op het essay `Gezondheidsverschillen voorbij’. De RVS publiceerde dit begin oktober. In een volgende blog zal ik op dit essay nog nader ingaan. De focus van het nu beoogde advies ligt op voorwaarden waaronder lokale en regionale samenwerkingsverbanden proberen gezondheidsachterstanden terug te dringen. Dat doen ze met een grote variatie aan maatregelen, projecten, interventies. Sommige daarvan hebben nadrukkelijk tot doel om gezondheid te verbeteren. Men spreekt dan over direct gezondheidsbeleid. Sommige maatregelen hebben een ander doel. Bijvoorbeeld het vergroten van de arbeidsparticipatie, het tegengaan van armoede of schulden, het stimuleren van kansengelijkheid in het onderwijs. Omdat dit doelen zijn die indirect kunnen bijdragen aan de (volks)gezondheid spreekt men over indirect gezondheidsbeleid.
Centrale vraag
Het beoogde advies van de RVS wil zich vooral richten op indirect gezondheidsbeleid met als centrale vraag:
Aan welke (landelijke) voorwaarden moet worden voldaan om regionaal en lokaal indirect gezondheidsbeleid beter mogelijk te maken?
Met als subvragen:
- Wat hebben lokale of regionale praktijken van indirect gezondheidsbeleid nodig om de effectiviteit en duurzaamheid van deze praktijken te vergroten?
- Wat kunnen (of moeten) de rijksoverheid en andere (landelijke) partijen doen (of laten) om effectief en duurzaam lokaal of regionaal indirect gezondheidsbeleid beter mogelijk te maken?
Aan de hand van onze ervaringen met het programma Trendbreuk werd er enthousiast gediscussieerd over de twee subvragen. Een zeer nuttige exercitie om de regionale praktijk, waarin geprobeerd wordt zoveel mogelijk de schotten van de sectoren te slechten, te confronteren met het beleid van de overheid. Het beleid van de overheid volgt veelal de scheidslijnen van de sectoren. Voorbeelden van overheidssectoren: volksgezondheid, onderwijs, sociale zaken, volkshuisvesting, arbeidsmarkt, etc.
Veel eensluidendheid was te beluisteren over het feit dat er een grote opgave ligt om de regionale initiatieven op het gebied van indirect gezondheidsbeleid ook daadwerkelijk de (financiële) ruimte te geven. Temeer daar alle regelgeving en bekostiging – zoals gezegd – veelal de lijnen van de (overheids)sectoren volgen. Daarnaast werd geconstateerd dat bijna alle financiële regelingen gebaseerd zijn op het individu. Bekend zijn: de individuele indicatiestelling en/of de persoonlijke aanspraak. Indirect gezondheidsbeleid richt zich veelal op de populatie, de doelgroep, de wijk, etc. De op het individu gerichte financiële arrangementen bieden hiervoor geen oplossing. Structurele bekostiging voor deze indirecte initiatieven blijft tot nu toe een lastige opgave op het moment dat de projectsubsidies aflopen. Laten we hopen dat het advies van de RVS hier verbetering in aan kan brengen!
Wilt u meer berichten van mijn blog lezen ga naar de homepage van mijn blog.